Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, die lijdt aan een licht verstandelijke beperking en een psychische stoornis. Cliënt functioneert met medicatie redelijk, maar heeft behoefte aan een eigen plek waar hij zich prettig voelt. De zorgverantwoordelijke en begeleiders rapporteerden over psychotische decompensaties, hechtingsproblematiek en middelenmisbruik, waarbij cliënt gevoelig is voor prikkels en incidenteel agressief gedrag vertoont.
Tijdens de mondelinge behandeling kwamen de standpunten van cliënt, zijn mentor, zorgverantwoordelijke en advocaat aan bod. Cliënt wil uiteindelijk zonder medicatie, maar beseft dat dit stapsgewijs moet gebeuren. De advocaat benadrukte de noodzaak van duidelijkheid en houvast en verzocht primair het verzoek af te wijzen, subsidiair om een kortere machtiging te verlenen.
De rechtbank oordeelde dat cliënt ernstig nadeel ondervindt door zijn verstandelijke beperking en psychische stoornis, dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om dit te voorkomen, en dat geen minder ingrijpende middelen beschikbaar zijn. Cliënt verzet zich tegen de noodzakelijke zorg, waardoor een gesloten opname bij de crisisvoorziening noodzakelijk is. De machtiging wordt daarom verleend voor een periode van vier maanden, met de mogelijkheid tot herbeoordeling. Alle betrokkenen zijn het eens over het belang van een geschikte vervolgplek voor cliënt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor vier maanden wegens ernstig nadeel en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.