Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
indien en zodra [gedaagde] in strijd handelt met één of meer van de volgende voorwaarden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Thuisvester verhuurde een woning aan [gedaagde] sinds januari 2020. In februari 2024 ontving Thuisvester een anonieme melding dat [gedaagde] gedurende 2,5 jaar niet in de woning verbleef vanwege detentie in België. Sinds november 2024 woont [gedaagde] weer in de woning.
Thuisvester vordert ontbinding en ontruiming van de woning omdat [gedaagde] zijn hoofdverblijf niet in de woning had. [gedaagde] voert verweer dat zijn verblijf elders niet vrijwillig was en dat hij inmiddels terug is. Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen een regeling overeengekomen waarbij de ontbinding en ontruiming voorwaardelijk worden uitgesproken onder strikte voorwaarden.
De voorwaarden omvatten onder meer dat [gedaagde] zijn hoofdverblijf in de woning moet hebben, bij nieuwe detentie dit direct moet melden, medewerking moet verlenen aan huisbezoeken en inspecties, en instructies van de opzichter moet opvolgen. Bij overtreding van deze voorwaarden kan Thuisvester direct ontbinding en ontruiming vorderen met een ontruimingstermijn van twee weken. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden en ontruiming wordt bevolen bij niet-naleving van de voorwaarden binnen twee weken.