ECLI:NL:RBZWB:2025:1002

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
24 februari 2025
Zaaknummer
11320995 \ CV EXPL 24-3469 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van 't Nedereind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding en ontruiming wegens niet-hoofdverblijf door detentie

Thuisvester verhuurde een woning aan [gedaagde] sinds januari 2020. In februari 2024 ontving Thuisvester een anonieme melding dat [gedaagde] gedurende 2,5 jaar niet in de woning verbleef vanwege detentie in België. Sinds november 2024 woont [gedaagde] weer in de woning.

Thuisvester vordert ontbinding en ontruiming van de woning omdat [gedaagde] zijn hoofdverblijf niet in de woning had. [gedaagde] voert verweer dat zijn verblijf elders niet vrijwillig was en dat hij inmiddels terug is. Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen een regeling overeengekomen waarbij de ontbinding en ontruiming voorwaardelijk worden uitgesproken onder strikte voorwaarden.

De voorwaarden omvatten onder meer dat [gedaagde] zijn hoofdverblijf in de woning moet hebben, bij nieuwe detentie dit direct moet melden, medewerking moet verlenen aan huisbezoeken en inspecties, en instructies van de opzichter moet opvolgen. Bij overtreding van deze voorwaarden kan Thuisvester direct ontbinding en ontruiming vorderen met een ontruimingstermijn van twee weken. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden en ontruiming wordt bevolen bij niet-naleving van de voorwaarden binnen twee weken.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11320995 \ CV EXPL 24-3469
Vonnis van 5 februari 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
STICHTING THUISVESTER,
te Oosterhout,
eisende partij,
hierna te noemen: Thuisvester,
gemachtigde: mr. M.C.E. Wirken,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. H.A.J. van Rens.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 december 2024
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Thuisvester heeft per 14 januari 2020 aan [gedaagde] verhuurd de woning aan [adres] (verder: het gehuurde). De huurprijs is op dit moment € 838,35 per maand.
2.2.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte d.d. 1 april 2011 van toepassing verklaard.
2.3.
Thuisvester heeft op 5 februari 2024 een anonieme melding ontvangen dat [gedaagde] gedurende 2,5 jaar niet zou hebben verbleven in het gehuurde wegens detentie in
Brugge, België.
2.4.
Sinds november 2024 woont [gedaagde] weer in de woning.

3.Het geschil

3.1.
Thuisvester vordert - samengevat - ontbinding en ontruiming van de woning aan [adres], gemeente Geertruidenberg, omdat [gedaagde] vanwege detentie zijn hoofdverblijf niet in de woning heeft.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. Hij voert daarbij aan dat zijn verblijf elders niet vrijwillig was en dat hij inmiddels weer in de woning woont.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afspraken gemaakt. Thuisvester heeft gevraagd om de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken, onder de voorwaarden zoals partijen deze hebben besproken op zitting. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing van deze gewijzigde vorderingen en de kantonrechter overweegt dat deze vorderingen toewijsbaar zijn.
4.2.
[gedaagde] zegt toe zich te houden aan de verplichtingen en verboden uit de huurovereenkomst. Partijen verklaren het eens te zijn geworden over een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning indien en zodra [gedaagde] zich gedurende twee jaar niet houdt aan de volgende afspraken:
[gedaagde] heeft zijn hoofdverblijf in de woning, wat betekent dat hij er feitelijk moet wonen.
Indien [gedaagde] opnieuw gedetineerd raakt, meldt hij dat meteen aan Thuisvester en leidt dat tot het einde van de huurovereenkomst.
[gedaagde] werkt mee aan vier huisbezoeken per jaar op afspraak door de woonconsulent voor zover Thuisvester deze nodig vindt.
[gedaagde] werkt mee aan een bezichtiging door de opzichter van Thuisvester van de verbouwingen in de woning in verband met veiligheid en ongedaanmakingsverplichtingen (direct of bij het einde van de huurovereenkomst). [gedaagde] komt de instructies van de opzichter na.
4.3.
Partijen hebben afgesproken dat de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4.4.
Komt [gedaagde] één of meer van de bovenstaande onderdelen onder 1, 2, 3 of 4 niet strikt na, dan kan Thuisvester direct een beroep doen op vervulling van de voorwaarden, wat betekent dat de huurovereenkomst is ontbonden. Thuisvester kan dan overgaan tot ontruiming van het gehuurde, waarbij de kantonrechter een ontruimingstermijn van twee weken na betekening van dit vonnis een redelijke termijn acht.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Thuisvester zijn, en de sleutels af te geven aan Thuisvester,
indien en zodra [gedaagde] in strijd handelt met één of meer van de volgende voorwaarden:
[gedaagde] heeft zijn hoofdverblijf in de woning, wat betekent dat hij er feitelijk moet wonen.
Indien [gedaagde] opnieuw gedetineerd raakt, meldt hij dat meteen aan Thuisvester en leidt dat tot het einde van de huurovereenkomst.
[gedaagde] werkt mee aan vier huisbezoeken per jaar op afspraak door de woonconsulent voor zover Thuisvester deze nodig vindt.
[gedaagde] werkt mee aan een bezichtiging door de opzichter van Thuisvester van de verbouwingen in de woning in verband met veiligheid en ongedaanmakingsverplichtingen (direct of bij het einde van de huurovereenkomst). [gedaagde] komt de instructies van de opzichter na.
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.