ECLI:NL:RBZWB:2025:1040
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake informatieverstrekking gewasbeschermingsmiddelen
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 21 oktober 2024 waarin haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij geen belang meer had bij een uitspraak over het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 7 februari 2023. De aanvraag betrof het verkrijgen van informatie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op percelen nabij haar woning.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de Minister van 21 november 2023 een besluit vormt, waardoor het belang van opposante verviel. Opposante betwistte dit en stelde dat het besluit door een niet-bevoegd bestuursorgaan was genomen en dat de Wet open overheid niet als grondslag mocht gelden, maar artikel 67 van Pro Verordening (EG) nr. 1107/2009.
De rechtbank verwierp deze bezwaren en stelde dat de brief weliswaar een ondertekeningsgebrek vertoonde, maar dat dit in bezwaar eenvoudig kon worden hersteld. De rechtbank volgde ook de uitleg dat artikel 67 van Pro de Verordening geen directe werking heeft en dat de Wet open overheid als nationale regeling passend is voor de openbaarmaking.
Het verzet bracht geen nieuwe gronden die het eerdere oordeel konden wijzigen. De rechtbank verklaarde het verzet daarom ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak. Het beroep is verwezen naar de Minister om als bezwaar te worden behandeld. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt gehandhaafd.