ECLI:NL:RBZWB:2025:1042
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing woningsluiting op grond van de Opiumwet wegens onvoldoende belangenafweging
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 18 februari 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Hulst om de woning van verzoekster voor drie maanden te sluiten op grond van de Opiumwet vanwege de vondst van 960,9 gram hennep.
Hoewel de burgemeester bevoegd is om op te treden bij handelshoeveelheden hennep, oordeelde de voorzieningenrechter dat de burgemeester niet alle relevante feiten en belangen voldoende heeft meegewogen in de redelijkheidstoets. Met name is onvoldoende aandacht besteed aan de zorgbehoefte van verzoekster, die een Wlz-indicatie heeft, en aan de vraag of de overlast daadwerkelijk samenhangt met de drugs.
De voorzieningenrechter constateerde dat de sluiting onomkeerbare gevolgen kan hebben en dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn voor overlast door drugshandel. Daarom werd het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: Het besluit tot woningsluiting wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.