Op 25 april 2023 heeft verdachte samen met anderen op meerdere locaties in Zeeland vaten, jerrycans en IBC-containers met chemisch drugsafval gedumpt. Uit onderzoek bleek dat het afval afkomstig was van een drugslaboratorium in een schuur nabij Overzande. Verdachte verklaarde alleen twee bestelbusjes te hebben schoongemaakt, maar de rechtbank achtte dit ongeloofwaardig gezien verklaringen van medeverdachten en chatberichten die betrokkenheid bij het dumpen bevestigen.
Daarnaast had verdachte een omgebouwde revolver en 17 kogelpatronen in bezit. Verdachte bekende het bezit van het vuurwapen en de munitie. De rechtbank stelde vast dat verdachte strafbaar is voor het medeplegen van het dumpen van drugsafval en het bezit van het vuurwapen en munitie.
De rechtbank nam in haar oordeel mee dat de milieuschade en de maatschappelijke kosten van het dumpen van drugsafval aanzienlijk zijn, evenals het risico dat het bezit van een vuurwapen en munitie met zich meebrengt. Verdachte had een strafblad en verkeerde in een proeftijd, maar had desondanks opnieuw strafbare feiten gepleegd.
Gezien de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Tevens werden de inbeslaggenomen wapens en munitie onttrokken aan het verkeer. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke taakstraf werd afgewezen.