ECLI:NL:RBZWB:2025:1077
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning te Oisterwijk
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning in Oisterwijk waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 is vastgesteld op € 491.000. Hij betwist deze waarde en stelt dat de waarde maximaal € 414.000 bedraagt.
De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de omgeving zijn gebruikt. De rechtbank oordeelt dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de verschillen adequaat heeft verwerkt, onder meer door toepassing van de wortelformule en een korting van 20% vanwege de ligging aan een schoolplein.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat de waardering niet correct is omdat de negatieve ligging niet voldoende is meegenomen en dat de berekening van de vierkantemeterprijs onduidelijk is. De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar in beroep nieuwe, betere referentiewoningen heeft ingebracht en dat dit is toegestaan.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van € 491.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.