Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
2. tussen 23 en 25 januari 2020 (samen met een ander) laster heeft gepleegd door een advertentie te plaatsen in de Telegraaf over het faillissement van [aangeefster] , [B.V. 1] , [B.V. 2] , [aangever 1] , [aangever 2] , de [B.V. 3] en [B.V. 4] , terwijl hij wist dat dit niet waar was.
3.De voorvragen
binnen de klachttermijnis gebleken. Naar het oordeel van de rechtbank is van die wens binnen de klachttermijn niet gebleken. Uit het dossier blijkt weliswaar dat er binnen die periode juridische stappen zijn genomen en is er een civiele procedure gestart ter verkrijging van schadevergoeding, maar niet gebleken is dat de slachtoffers in die periode strafrechtelijke vervolging wensten. De aangifte van laster is eerst op 26 augustus 2021 gedaan (overigens zonder klacht) en dat is ruim na voornoemde termijn. Nu niet binnen de wettelijke termijn een klacht is ingediend en evenmin binnen die termijn is gebleken dat aangevers strafvervolging wensten, wordt de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van feit 2.
4.De beoordeling van het bewijs
.Aangeefster heeft verklaard dat zij sinds 2013 werkzaam was bij [stichting] . In november 2013 werd op instructie van [medeverdachte 1] de besloten vennootschap [B.V. 4] op haar naam opgericht. Dit was een vennootschap waarbij aanzienlijke bedragen vanuit België naar de NLB Banca te Macedonië werden overgeboekt. Op 4 maart 2014 moest aangeefster vanaf haar privé rekening geld naar Macedonië overmaken voor het aanschaffen van een Lada. In de periode van januari 2014 tot begin 2015 liepen de contacten met de NLB Bank vrijwel uitsluitend via [medeverdachte 2] . Aangeefster moest betalingsopdrachten van hem ondertekenen zonder dat zij wist waarom. Op 4 mei 2015 kreeg aangeefster een telefoontje dat het geld vanaf de rekening in Macedonië was gestolen. Aangeefster heeft verklaard dat [medeverdachte 1] haar vanaf augustus 2017 vertelde dat aangeefster haar eigen geld zou hebben gestolen en zou hebben weggesluisd. Aangeefster heeft verklaard dat vanaf maart 2018 door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte tegen haar werd gezegd dat zij samen met anderen een samenzwering tegen [medeverdachte 1] had opgezet. Aangeefster verklaarde dat ze meermalen tegen [medeverdachte 1] zei dat ze zich dat niet kon herinneren, maar [medeverdachte 1] zei dan steeds dat ze zich dat niet wilde herinneren. De beschuldigingen werden steeds meer en de druk op aangeefster werd steeds verder opgevoerd. Aangeefster heeft ook verklaard dat zij in de periode vanaf 2017 nog diverse akten en verklaringen moest ondertekenen. Achteraf bezien was van een vrije wil noch van een goed begrip van de ondertekende stukken volgens aangeefster geen sprake.
[zus aangeefster] dat zij iedereen slecht heeft behandeld, waaronder ook verdachte en dat zij zonder de hulp zou zijn meegelift met aangeefster in de criminaliteit van diefstal, oplichting en omkoping tot zelfs moord. Deze aantekeningen geven steun aan het verhaal van aangeefster dat zij door [medeverdachte 1] en verdachte steeds als slecht en crimineel werd bestempeld
op 14 augustus 2018 te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met anderen,
een ander, te weten [aangeefster] , door enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander,
wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten
het afgeven van
- geld,
- een of meer sieraden,
- een of meer administraties van [B.V. 4] en/of [B.V. 3] en
- autopapieren van een Lada,
door het toepassen van de technieken ‘undue influence’ en/of ‘coercive control’ en ‘gaslighting’, in elk geval een techniek waarbij geestelijk overwicht werd uitgeoefend;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
[aangeefster]vordert een schadevergoeding van € 478.740,= voor feit 1, te weten € 468.740,- materiële schade (bestaande uit € 116.140,- aan USD, € 2.500,- en sieraden ter waarde van € 350.100,-) en € 10.000,- immateriële schade.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
hij in of omstreeks 14 augustus 2018 te [plaats] , in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een ander, te weten [aangeefster] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander,
wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten
het afgeven van
- geld,
- een of meer sieraden,
- een of meer administraties van [B.V. 4] en/of [B.V. 3] en/of
- autopapieren van een Lada,
door het toepassen van de technieken ‘undue influence’, ‘coercive control’ en/of ‘gaslighting’, in
elk geval een techniek waarbij geestelijk overwicht werd uitgeoefend;
(artikel 284 van Pro het Wetboek van Strafrecht )
( art 284 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van
Strafrecht )
hij in of omstreeks de periode van 23 januari 2020 tot en met 25 januari 2020 te Sint
[plaats] , in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
de eer en/of de goede naam van
- [aangeefster] ,
- [B.V. 1] ,
- [B.V. 2] ,
- [aangever 1] ,
- [aangever 2] ,
- de [B.V. 3]
en/of
- [B.V. 4]
heeft aangerand,
door tenlastelegging van een bepaald feit,
met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven,
door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk, tentoongesteld of
aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd
gebracht,
door in de Telegraaf van 25 januari 2020 een advertentie te (laten) plaatsen waarin
bij notariële
mededelingen het faillissement van bovengenoemden werd uitgesproken,
terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was;
(artikel 261 jo Pro art. 262 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht )
( art 261 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht, art 262 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )