In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de huurovereenkomst tussen verhuurder TIWOS en huurder ontbonden moet worden vanwege een huurachterstand. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand tot en met januari 2025 € 2.147,25 bedraagt, inclusief wettelijke rente. De huurder zal de lopende huur blijven voldoen en werkt samen met schuldhulpverlening om tot een schone lei te komen.
De vorderingen van TIWOS worden grotendeels toegewezen, maar de ontbinding en ontruiming worden voorwaardelijk uitgesproken, afhankelijk van het nakomen van gemaakte afspraken door de huurder. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast wordt een gebruiksvergoeding van € 610,84 per maand toegewezen voor de periode na ontbinding tot daadwerkelijke ontruiming.
Het incassokostenbeding in de huurovereenkomst wordt als oneerlijk beoordeeld en afgewezen, waardoor buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de gebruiksvergoeding, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.