Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het niet volgen van de richting van een voorsorteerstrook op een kruispunt in Breda. Hij stelde zich niet bewust te zijn van een overtreding en voerde aan dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) die de boete uitschreef niet bevoegd was.
De kantonrechter oordeelde dat de boa inderdaad niet bevoegd was omdat het bord dat betrokkene passeerde niet onder de relevante categorieën van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) viel waarvoor een boa in het domein openbare ruimte sancties mag opleggen. Dit leidde tot vernietiging van de boete.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene vanwege de gegrondverklaring van het beroep. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling en tot vergoeding van de proceskosten. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar.