ECLI:NL:RBZWB:2025:1093

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 januari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
11030175 MB VERZ 24-409
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S. Speekenbrink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen verkeersboete wegens termijnoverschrijding

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens 8 km per uur te hard rijden binnen de bebouwde kom op 5 november 2023. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege termijnoverschrijding. Betrokkene voerde aan dat het beroepschrift tijdig was verzonden conform de postregel van de Algemene wet bestuursrecht.

De kantonrechter behandelde het beroep op 17 januari 2025. Namens de officier van justitie verscheen een zittingsvertegenwoordiger, betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig. De kantonrechter overwoog dat de termijn voor het instellen van beroep zes weken bedroeg en eindigde op 29 december 2023, terwijl het beroepschrift pas op 20 januari 2024 was ontvangen.

De kantonrechter stelde vast dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden het te laat indienen konden rechtvaardigen. Daarom was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard door de officier van justitie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11030175 \ MB VERZ 24-409
CJIB-nummer : 0062 5422 6221 0572
uitspraakdatum : 17 januari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 januari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 8 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom met een motorvoertuig op de Ringbaan Oost kruising met Caspar Houbenstraat 5 november 2023 om 02:58 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hoewel het beroepschrift na het verstrijken van de wettelijke termijn door het openbaar ministerie is ontvangen, dient dit niet direct te leiden tot een niet-ontvankelijkheidsverklaring van het beroep. Volgens de gegevens van gemachtigde en het verzendbewijs is het beroepschrift vóór het verstrijken van de termijn correct ter post bezorgd. Conform Art. 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), geldt een bezwaar- of beroepschrift dat vóór het einde van de termijn per post is verzonden, als tijdig ingediend, mits het niet later dan één week na afloop van de termijn door het bestuursorgaan is ontvangen. Het beroepschrift moet dan ook als tijdig worden beschouwd. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is.
Overwegingen
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 29 december 2023. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 20 januari 2024 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen die beslissing is dan ook ongegrond. Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling of de boete terecht is opgelegd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: