Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens 8 km per uur te hard rijden binnen de bebouwde kom op 5 november 2023. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege termijnoverschrijding. Betrokkene voerde aan dat het beroepschrift tijdig was verzonden conform de postregel van de Algemene wet bestuursrecht.
De kantonrechter behandelde het beroep op 17 januari 2025. Namens de officier van justitie verscheen een zittingsvertegenwoordiger, betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig. De kantonrechter overwoog dat de termijn voor het instellen van beroep zes weken bedroeg en eindigde op 29 december 2023, terwijl het beroepschrift pas op 20 januari 2024 was ontvangen.
De kantonrechter stelde vast dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden het te laat indienen konden rechtvaardigen. Daarom was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard door de officier van justitie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening.