Uitspraak
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
woensdag 26 februari 2025 te 09.00 uurvoor conclusie van antwoord door [gedaagde];
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele procedure tussen een consument en een professionele partij staat de vraag centraal of de kantonrechter bevoegd is om kennis te nemen van het geschil, gelet op een arbitragebeding in de algemene voorwaarden van de gedaagde partij.
De gedaagde beroept zich op een arbitragebeding dat geschillen exclusief aan arbitrage wil onderwerpen. De eiser stelt primair dat de voorwaarden niet van toepassing zijn en subsidiair dat het arbitragebeding vernietigbaar is als onredelijk bezwarend op grond van artikel 6:236 sub n BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat het arbitragebeding een algemene voorwaarde is en dat de eiser als consument en de gedaagde als professionele partij kwalificeren. Het beding voldoet niet aan de wettelijke eis dat de consument een termijn van ten minste een maand krijgt om te kiezen voor de rechter, waardoor het beding onredelijk bezwarend is.
Daarom wordt het arbitragebeding buiten toepassing gelaten en de vordering tot onbevoegdheid afgewezen. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering tot onbevoegdheid wordt afgewezen omdat het arbitragebeding onredelijk bezwarend is en buiten toepassing wordt gesteld.