Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het niet voeren van zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of rood licht aan de achterzijde van een fiets op 11 november 2022. Betrokkene stelde dat hij niet actief aan het verkeer deelnam en dat de verbalisant geen aanvullend proces-verbaal had overgelegd waaruit dat bleek.
De officier van justitie stelde dat betrokkene wel fietste, zoals blijkt uit de verklaring van de verbalisant, maar erkende dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden. De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigen.
De redelijke termijn van twee jaar was met ruim drie maanden overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kantonrechterfase. De officier van justitie werd opgedragen een teveel betaalde zekerheidstelling terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd tot € 45,00 plus administratiekosten.