Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zijn motorrijtuig op 7 januari 2021 niet verzekerd was, vastgesteld via RDW-registercontrole. Betrokkene voerde aan dat hij niet wist dat de verzekering was stopgezet vanwege onvoldoende saldo en dat de boete niet billijk was gezien zijn financiële situatie. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging vaststaat en dat het de verantwoordelijkheid van de kentekenhouder is om het voertuig verzekerd te houden of te schorsen. De boete is terecht opgelegd. Wel is de redelijke termijn voor behandeling overschreden met ruim anderhalf jaar, wat rechtvaardigt dat de boete met 25% wordt gematigd.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd, de boete wordt verminderd tot € 300 plus administratiekosten. Tevens moet een teveel betaalde zekerheidstelling van € 100 worden terugbetaald en wordt een proceskostenvergoeding van € 907 toegekend voor de kantonrechterfase.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% tot € 300 en betrokkene krijgt een proceskostenvergoeding van € 907.