Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op de Markendaalseweg te Breda op 13 mei 2023. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit beroep ongegrond verklaarde vanwege het te laat indienen van het beroepschrift.
Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, die de zaak behandelde op 21 januari 2025. Betrokkene was niet aanwezig tijdens de zitting. In het beroepschrift voerde betrokkene aan dat de boete onredelijk was omdat hij zijn telefoon vasthield om Google Maps te gebruiken voor navigatie naar het ziekenhuis, nadat een vriendin was gevallen en met de ambulance was afgevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig was ingediend, aangezien de zeswekentermijn op 7 juli 2023 eindigde en het beroepschrift pas op 19 juli 2023 werd ontvangen. Betrokkene had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die het te laat indienen konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk en ongegrond, waardoor niet is toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van de boete.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.