Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren buiten een parkeervak bij borden E4 tot en met E10, E12 of E13 op de Donk te Breda op 26 april 2023 om 16:29 uur. Betrokkene stelde via zijn gemachtigde dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat het bord E4 niet aanwezig was, waardoor de boete niet vastgesteld kon worden.
De officier van justitie stelde dat de verbalisant fysiek aanwezig was en voorafgaand aan de controle de aanwezigheid en deugdelijkheid van de bebording had gecontroleerd. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende bewijs is voor de vaststelling van de gedraging, tenzij specifieke feiten en omstandigheden het tegendeel aannemelijk maken.
De kantonrechter vond geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en verwierp de stelling dat de bebording ontbrak. Betrokkene had zich moeten vergewissen van de parkeermogelijkheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.