ECLI:NL:RBZWB:2025:1126

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
11441852 MB VERZ 24-1708
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:26 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens parkeren buiten parkeervak

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren buiten het parkeervak bij verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 op een locatie in Breda op 13 juli 2023 om 16:55 uur. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter behandelde de zaak op 21 januari 2025. De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat het Openbaar Ministerie het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel had geschonden, waardoor de beslissing niet begrijpelijk was en het recht op eerlijke behandeling werd ondermijnd. De officier van justitie stelde dat de beslissing voldoende was gemotiveerd.

De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en de bijgevoegde foto’s voldoende bleek dat de overtreding had plaatsgevonden. Er waren geen specifieke feiten of omstandigheden die twijfel aan de juistheid van de verklaring rechtvaardigden. De motivering van de beslissing was voldoende inzichtelijk en voldeed aan de wettelijke eisen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11441852 \ MB VERZ 24-1708
CJIB-nummer : 4062 5422 5953 3811
uitspraakdatum : 21 januari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 januari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren buiten parkeervak bij één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage 1 van het RVV 1990 op de Donk te Breda op 13 juli 2023 om 16:55 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het Openbaar Ministerie in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel, de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijke behandeling van bezwaarschriften. Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten de beslissing adequaat te formuleren, wat het voor de belanghebbenden onmogelijk maakt om de redenen voor de afwijzing te begrijpen en hierop adequaat te reageren. Deze nalatigheid van het Openbaar Ministerie heeft niet alleen gevolgen voor de rechtmatigheid van de beslissing, maar ondermijnt ook het vertrouwen van burgers in de integriteit en rechtvaardigheid van het strafrechtelijk proces. Gemachtigde verzoekt de mogelijkheid te repliceren op het verweerschrift en om het Openbaar Ministerie te veroordelen in de beroeps- en proceskosten.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De beslissingen van de officier van justitie (artikel 7:26, eerste lid, Awb) moeten deugdelijk zijn gemotiveerd. Dit betekent echter niet dat altijd uitgebreid en expliciet op alle argumenten die in het beroepschrift (en bij een eventuele zitting) naar voren zijn gebracht, moet worden ingegaan. Wel moet de betrokkene in grote lijnen uit de beslissing kunnen opmaken waarom de aangevoerde bezwaren geen doel treffen. In dit geval is de beslissing voldoende gemotiveerd en is er dus geen sprake van schending van het motiveringsbeginsel.

Overwegingen

InhoudelijkDe kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een bestuurder van een voertuig dient zich ervan te vergewissen dat parkeren of stilstaan op een bepaalde gelegenheid is toegestaan. Dit is een eigen verantwoordelijkheid.
De boete is dus terecht opgelegd.
MotiveringsbeginselDe motivering van de beslissing maakt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende inzichtelijk waarom de aangevoerde grond geen doel treft. De beslissing van de officier van justitie is inzichtelijk gemotiveerd en voldoet aan artikel 7:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: