Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren buiten het parkeervak bij verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 op een locatie in Breda op 13 juli 2023 om 16:55 uur. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter behandelde de zaak op 21 januari 2025. De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat het Openbaar Ministerie het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel had geschonden, waardoor de beslissing niet begrijpelijk was en het recht op eerlijke behandeling werd ondermijnd. De officier van justitie stelde dat de beslissing voldoende was gemotiveerd.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en de bijgevoegde foto’s voldoende bleek dat de overtreding had plaatsgevonden. Er waren geen specifieke feiten of omstandigheden die twijfel aan de juistheid van de verklaring rechtvaardigden. De motivering van de beslissing was voldoende inzichtelijk en voldeed aan de wettelijke eisen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.