Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het stilstaan op het fietspad aan de Catharinastraat te Breda op 7 april 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, stellende dat er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. De verbalisant had volgens betrokkene de bestuurder moeten dwingen te stoppen en een identiteitsbewijs moeten vorderen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de rechtbank. Op de zitting verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde. De rechtbank oordeelde op basis van het dossier en de verklaring van de verbalisant dat deze wel degelijk een poging tot staandehouding heeft gedaan, maar dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder te dwingen te stoppen vanwege verkeersveiligheid.
De rechtbank concludeerde dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd en wees het beroep af. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter K. Verschueren op 21 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.