Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het inrijden tegen de verplichte rijrichting op de Brucknerlaan te Tilburg op 28 september 2022. Hij voerde aan dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat er een bord stond dat rechtsaf slaan toestond. De verbalisant had volgens betrokkene niet gecontroleerd of het bord aanwezig was.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat betrokkene geen concrete feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigen. De stelling dat de bebording ontbrak werd verworpen. Wel werd vastgesteld dat de procedure langer dan twee jaar duurde, waardoor de boete met 25% werd gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Daarnaast werd vastgesteld dat betrokkene niet is gehoord door de officier van justitie, wat een schending van de hoorplicht inhoudt. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en een extra matiging van de boete met 25%. De boete werd gematigd tot € 84,38 plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd wegens schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.