ECLI:NL:RBZWB:2025:1132

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
10861789 - MB VERZ 24-11
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding op A16

Betrokkene werd een boete opgelegd voor het rijden met 39 km/u te hard op de A16 te Breda op 16 juni 2022. Hij stelde dat de snelheid niet juist was vastgesteld omdat de verbalisanten op een andere locatie reden en de boordsnelheidsmeter van hun dienstvoertuig mogelijk onjuist was.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat betrokkene onvoldoende specifieke feiten aanvoerde om aan de juistheid te twijfelen. De boete is daarom terecht opgelegd.

Echter, de procedure duurde ruim zeven maanden langer dan de redelijke termijn van twee jaar, gerekend vanaf het opleggen van de boete. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard.

De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en de boete vastgesteld op € 330,- plus € 9 administratiekosten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn, beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 10861789 \ MB VERZ 24-11
CJIB-nummer: 3062 5422 5028 5837
uitspraakdatum: 21 januari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 januari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 39 kilometer per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom op de A16 te Breda op 16 juni 2022 om 22:55 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De gedraging is vastgesteld via de boordsnelheidsmeter van een dienstvoertuig. Volgens het proces-verbaal zou de meting plaats hebben gevonden ter hoogte van hectometerpaal 68R (over een meetafstand van 1100 meter). Dit betreft een locatie direct na de oprit op de A16. De verbalisanten reden nog op de A58 richting de c.q. de oprit naar de A16, terwijl betrokkene al een stuk verder op de A16 reed. De verbalisanten reden op een andere hoogte dan het voertuig van betrokkene en zij hebben hierdoor de snelheid van betrokkene niet behoorlijk kunnen vaststellen. Tussen het voertuig van de verbalisanten en van betrokkene bevond zich het nodige verkeer. De verbalisanten hebben snelheid moeten maken om bij het voertuig van betrokkene te komen, waardoor de snelheid van het voertuig van de verbalisanten aanzienlijk hoger is geweest. Uit het proces-verbaal volgt dat de afgelezen snelheid van de boordsnelheidsmeter 180 was terwijl het ten aanzien van de auto van betrokkene onmogelijk is dat hij deze snelheid heeft kunnen halen. Betrokkene had ten tijde van de gedraging winterbanden onder zijn auto, waardoor de maximale snelheid nog lager moet zijn geweest. Betrokkene stelt wel iets harder te hebben gereden dan 130 kilometer per uur.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de meting. De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting een kalibratietabel overlegd. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete te matigen met 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 16 juni 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim zeven maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 330,-, plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: