Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een boete opgelegd voor het rijden met 39 km/u te hard op de A16 te Breda op 16 juni 2022. Hij stelde dat de snelheid niet juist was vastgesteld omdat de verbalisanten op een andere locatie reden en de boordsnelheidsmeter van hun dienstvoertuig mogelijk onjuist was.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat betrokkene onvoldoende specifieke feiten aanvoerde om aan de juistheid te twijfelen. De boete is daarom terecht opgelegd.
Echter, de procedure duurde ruim zeven maanden langer dan de redelijke termijn van twee jaar, gerekend vanaf het opleggen van de boete. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en de boete vastgesteld op € 330,- plus € 9 administratiekosten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn, beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.