Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A85 te Ulvenhout op 13 december 2022. Betrokkene stelde dat het beroep tijdig was ingediend ondanks vertraging door internationale post en ontkende de gedraging.
De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening, maar de kantonrechter oordeelde dat betrokkene bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt waardoor het te laat indienen niet aan hem kon worden toegerekend. Hierdoor werd het beroep tegen die beslissing gegrond verklaard.
Inhoudelijk oordeelde de kantonrechter dat de gedraging voldoende vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant en foto’s, en dat het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden verboden is. Wel werd een overschrijding van de redelijke termijn van ruim twintig dagen vastgesteld, waardoor de boete met 25% werd gematigd en de opgelegde verhogingen vervielen.
De kantonrechter wijzigde de beslissing van de officier van justitie en matigde de boete tot €262,50 plus €9 administratiekosten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.