Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig op een plaats die bestemd is voor onmiddellijk laden en lossen van goederen. Betrokkene stelde dat de wegbeheerder een tegenstrijdige situatie had gecreëerd door ook het opladen van elektrische voertuigen toe te staan, wat langer duurt dan onmiddellijk laden en lossen. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat het parkeren op die plek niet is toegestaan, ondanks de aanwezigheid van een laadpaal.
De kantonrechter stelde echter vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de boete op 1 november 2022 werd opgelegd en de procedure tot 17 januari 2025 duurde, ruim meer dan twee jaar. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de kantonrechterfase.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.