Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het parkeren binnen een parkeerverbodszone op een locatie waar sprake was van onduidelijkheid over de aanwezigheid van het parkeerverbodsbord. Betrokkene voerde aan dat er door renovatiewerkzaamheden twee grote parkeergelegenheden waren afgesloten en dat zij een parkeervergunning had, maar onvoldoende plek om te parkeren. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verbalisant ter plaatse was geweest en de bebording had gecontroleerd.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging van parkeren binnen de parkeerverbodszone vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant. Betrokkene had zich moeten vergewissen van de parkeermogelijkheden. De boete was terecht opgelegd, maar de onduidelijke situatie door de renovatiewerkzaamheden rechtvaardigde matiging van de boete tot nihil.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald, en betrokkene kreeg een proceskostenvergoeding van €1.230,50 toegekend. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot nihil en betrokkene krijgt proceskostenvergoeding toegekend.