Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij tegen [werkgever] verstek is verleend.
2.De beoordeling
.De proceskosten van [werknemer] worden begroot op:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kortgedingprocedure vordert de werknemer betaling van achterstallig loon, reiskosten, wettelijke verhoging en een transitievergoeding van de werkgever. De werkgever verschijnt niet, waarna verstek wordt verleend.
De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen grotendeels toewijsbaar zijn, met uitzondering van de transitievergoeding en een bedrag aan loon en reiskosten wegens een rekenfout. De transitievergoeding wordt afgewezen omdat de werknemer zelf de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en er geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid van de werkgever, een hoge drempel die niet is gehaald.
Verder wordt de wettelijke verhoging toegewezen tot het maximale percentage van 50% over het achterstallige loon van drie maanden. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsommen, wettelijke rente, het verstrekken van salarisspecificaties, een dwangsom bij niet-naleving hiervan, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, reiskosten, wettelijke verhoging en proceskosten, terwijl de transitievergoeding wordt afgewezen.