Betrokkene is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en zat tijdens een lopend toezicht op voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.), die bij het vonnis werd herroepen. De officier van justitie vorderde het achterwege laten van de v.i. vanwege ernstige gedragsproblemen en onvoldoende inzet op gedragsverandering tijdens detentie.
De directeur van de penitentiaire inrichting en de reclassering adviseerden overwegend negatief over het voortzetten van de v.i., vanwege recidive en disciplinaire straffen. De reclassering zag echter recent een eerste positieve meewerkende houding en stelde voor de v.i. voort te zetten met aangepaste voorwaarden, waaronder meldplicht, middelencontrole en ambulante begeleiding.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene nog een allerlaatste kans moet krijgen, waarbij hij zich strikt aan de voorwaarden moet houden en trainingen moet volgen. De vordering tot afstel van de v.i. werd afgewezen, maar de bijzondere voorwaarden werden gewijzigd conform het advies van de reclassering om zo de kans op succesvolle re-integratie te vergroten.