De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 februari 2025 het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2021. De minderjarige verblijft sinds juni 2023 in een perspectief biedend pleeggezin. De moeder, die momenteel gedetineerd is in België, was digitaal aanwezig tijdens de mondelinge behandeling.
Eerder had de kinderrechter verschillende beschikkingen gegeven tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, met verlengingen tot en met maart 2025. Bij een gelijktijdige beschikking is het gezag van de moeder over de minderjarige beëindigd en is de GI benoemd tot voogd. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Gezien de beëindiging van het gezag en de voogdijbenoeming heeft de GI geen belang meer bij de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De rechtbank wijst daarom de verzoeken af. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak.