Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 18 juni 2024 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk vervaardigen van amfetamine, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededader wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen en schoonmaakspullen en werkkleding en meerdere goederen te vervoeren en naar een bestemming te brengen en voorhanden te hebben, te weten:
- 300 kg Caustic Soda en
- 41 jerrycans met in totaal ongeveer 800 liter geconcentreerd fosforzuur en
- 12 jerrycans met ongeveer 240 liter mierenzuur en
- 19 jerrycans met ongeveer 458 liter formamide en
- 3 maal 5-literflessen met schoonmaakazijn en
- 4 witte kunststof lekbakken en een Grijze kunststof bak met ongeveer 10 emmers en een paar Dunlop laarzen en 5 paar werkhandschoenen en 5 paar chemicaliën bestendige handschoenen en 5 veiligheidsbrillen en schoonmaakdoekjes en meerdere gele reinigingsdoekjes en een kunststof stoffer en blik en 2 schone “Mr. Beef” emmers en 3 rolkarretjes en 2 maal 5 liter maatbekers en 6 rollen absorptiepapier;
op 18 juni 2024 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft vervoerd ongeveer 24,5 liter amfetamineolie, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;