Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
- mevrouw [naam 1] , begeleider [accommodatie] ;
- de heer [naam 2] , casemanager FACT;
- de heer [naam 3] , casemanager FACT.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1971. Betrokkene lijdt aan een schizofrenie-spectrumstoornis en vertoont gedrag dat bij het staken van medicatie kan leiden tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de mondelinge behandeling, die aanvankelijk werd aangehouden wegens afwezigheid van betrokkene, werd vastgesteld dat betrokkene momenteel stabiel is en vrijwillig meewerkt aan medicatietoediening en medische controles, hoewel zij van mening is dat medicatie niet meer noodzakelijk is. De casemanagers en begeleiders benadrukten echter het risico op verslechtering bij stoppen met medicatie.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk blijft vanwege het ontbreken van intrinsieke motivatie bij betrokkene om vrijwillig mee te werken. De machtiging wordt verleend voor het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, specifiek het onderhouden van contact met het FACT-team. Andere gevraagde zorgvormen, zoals opname en bewegingsbeperkingen, worden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
De zorgmachtiging geldt voor de duur van twaalf maanden tot 11 februari 2026. De beslissing is genomen met inachtneming van proportionaliteit en het bevorderen van maatschappelijke participatie en veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte medicatietoediening en contactonderhoud met het FACT-team, terwijl overige zorgvormen worden afgewezen.