Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam 1] , verpleegkundig specialist ( [ggz-instelling 1] );
- mevrouw [naam 2] , casemanager ( [ggz-instelling 1] ).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 februari 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en ADHD. De zorgmachtiging werd aanvankelijk verleend tot 21 februari 2025.
Betrokkene stelde dat hij goed functioneert en consequent medicatie gebruikt, en dat een zorgmachtiging overbodig is. De verpleegkundig specialist en casemanager stelden echter dat betrokkene beperkt ziekte-inzicht heeft, zorgafspraken ontwijkt en het risico op ontregeling en gevaar voor zichzelf en anderen aanwezig is. De advocaat van betrokkene verzocht afwijzing of beperking van de duur en zorgvormen.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt of daartoe een aanzienlijk risico vormt, waaronder levensgevaar, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk om dit te voorkomen. De toegewezen zorgvormen zijn medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden tot 11 augustus 2025, met de mogelijkheid tot voortzetting in een vrijwillig kader. Betrokkene wordt aangespoord zich opener op te stellen richting behandelaars. Het verzoek tot andere zorgvormen en een langere duur is afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen waaronder medicatietoediening en bewegingsbeperking.