Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- mr. R.A.G. Keller, waarnemend advocaat;
- de heer [naam] , psychiater.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds 9 februari 2025 met een crisismaatregel bij een GGZ-instelling na ernstig ontregeld gedrag en een vermoedelijke manische episode met bipolaire stoornis. De officier van justitie verzoekt voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met diverse zorgvormen, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname.
Betrokkene was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling en verzette zich tegen de noodzakelijke zorg. De psychiater rapporteerde herhaald ontregeld gedrag met risico's voor betrokkene en omgeving, waaronder agressie en gevaar voor de openbare orde. De rechtbank concludeert dat sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis.
De rechtbank acht voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en evenredig, wijst het verzoek af voor zorgvormen waarvoor geen noodzaak is aangetoond, en bepaalt dat de machtiging geldt tot 4 maart 2025. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken verleend met noodzakelijke zorgvormen.