Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn Wajong-uitkeringsaanvraag door het UWV. Omdat het UWV niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft besloten, stelde eiser het UWV in gebreke en startte vervolgens een beroepsprocedure bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn, inclusief een verlenging, heeft overschreden. Hoewel het UWV een tekort aan verzekeringsartsen aanvoert als reden voor de vertraging, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een beslissing te nemen.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen wordt vernietigd.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 maart 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.