Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] met kracht
- met geschoeide voet tegen het lichaam te schoppen en trappen en
- met een houten lat en een slipper tegen het lichaam te slaan.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 51 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarde:
voorwaarden:
drie jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 1993 te [geboorteplaats];
twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden;
tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 900,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 8 november 2024 tot aan de dag der voldoening;
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer] (zijn vrouw) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met kracht
- (met geschoeide voet) tegen het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of
- met de vuist en/of een houten lat en/of een slipper en/of een schoenlepel in het
gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
kunnen leiden:
heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met
kracht
- (met geschoeide voet) tegen het lichaam te schoppen en/of trappen en/of
- met de vuist en/of een houten lat en/of een slipper en/of een schoenlepel in het
gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te slaan;
( art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf Pro/sub 1° Wetboek van
Strafrecht)