ECLI:NL:RBZWB:2025:1276

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 maart 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
24/2615
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:51a AwbArt. 8:80a Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over herstel gebreken in WOZ-waardeprocedure gemeente Tilburg

De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg stelde de WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2022 vast op €427.000 en legde daarop een aanslag onroerendezaakbelasting 2023 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.

Tijdens de behandeling van het beroep constateerde de rechtbank gebreken in de totstandkoming van de uitspraak op bezwaar en het procesverloop. De heffingsambtenaar gaf toe dat een onjuist verweerschrift was ingediend en dat de behandeling van de bezwaarschriften niet volledig was geweest. Tevens was de zaak per abuis afgesplitst van een cluster vergelijkbare zaken, waardoor de mondelinge behandeling werd geannuleerd en opnieuw gepland.

De rechtbank oordeelde dat de behandeling van de gronden van belanghebbende opnieuw moet plaatsvinden om diens rechten te waarborgen. Op grond van artikel 8:51a lid 1 en artikel 8:80a van de Awb gaf de rechtbank de heffingsambtenaar de gelegenheid om de geconstateerde gebreken binnen zes weken te herstellen. Tot de einduitspraak worden verdere beslissingen, waaronder over proceskosten, aangehouden.

Tegen deze tussenuitspraak staat geen direct hoger beroep open; hoger beroep kan gelijktijdig met de einduitspraak worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank stelt de heffingsambtenaar in de gelegenheid de gebreken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/2615
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: mr. J.W. Vughts verbonden aan Kosteloosbezwaar.nl),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg,de heffingsambtenaar.

1.Procesverloop

1.1.
De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 26 februari 2023 de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] op 1 januari 2022 (waardepeildatum) vastgesteld op € 427.000. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar de aanslag onroerende zaakbelasting 2023 bekendgemaakt.
1.2.
Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 11 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.
1.3.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 13 december 2024 op zitting behandeld. Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam 1], [naam 2] en mr. M. Kintou. Gemachtigde van belanghebbende heeft zich afgemeld voor de zitting.

2.Overwegingen

2.1.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De rechtbank heeft in dat verband de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar beoordeeld. De rechtbank heeft geconstateerd dat er gebreken kleven aan (de totstandkoming van) de uitspraak op bezwaar en ook aan het procesverloop in beroep.
2.2.
Ter zitting heeft de heffingsambtenaar toegelicht dat een onjuist verweerschrift is ingediend en de behandeling van de gronden van belanghebbende onvolledig is geweest.
2.3.
De rechtbank constateert verder dat per abuis deze zaak is afgesplitst van een cluster van zaken over grotendeels dezelfde onderwerpen. Om die reden is de mondelinge behandeling van de zaak op 18 december 2024 geannuleerd en is deze zaak toegevoegd aan de rollijst van 13 december 2024, de datum waarop de overige zaken voor mondelinge behandeling waren geagendeerd. De gemachtigde is met kennisgeving aan de rechtbank niet verschenen. Belanghebbende is ook niet verplicht om te verschijnen. Echter, als gevolg daarvan heeft belanghebbende geen kennis kunnen nemen van het voortschrijdend inzicht van de heffingsambtenaar.
2.4.
De rechtbank is namelijk van oordeel dat de behandeling van de gronden van belanghebbende moet worden overgedaan op een wijze die de rechten van belanghebbende waarborgt. Daarom is een heroverweging in bezwaar aangewezen.
2.5.
Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om de heffingsambtenaar in de gelegenheid te stellen de door hemzelf geconstateerde gebreken te herstellen. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen de heffingsambtenaar de gebreken kan herstellen op 6 weken na verzending van deze tussenuitspraak.
2.6.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

3.Beslissing

De rechtbank:
  • stelt de heffingsambtenaar in de gelegenheid om binnen 6 weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen en de rechtbank te laten weten of en zo ja in hoeverre er reden is voor wijziging van de uitspraak op bezwaar en de standpunten in beroep;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier, op 5 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.