Eiseres was sinds 30 mei 2022 arbeidsongeschikt na een epilepsieaanval en had een dienstverband dat op 4 december 2022 eindigde. Het UWV beëindigde haar Ziektewet-uitkering per 29 december 2022 omdat zij niet reageerde op contactpogingen van haar ex-werkgever, waaronder telefoontjes, e-mails en aangetekende brieven.
Eiseres stelde dat zij door haar ziekte niet in staat was contact te onderhouden en dat zij niet op vakantie was geweest, maar bij haar tante verbleef en daardoor berichten niet had gezien. De rechtbank oordeelde dat het niet reageren op berichten voor eigen risico van eiseres kwam en dat uit medische rapportages bleek dat zij niet te ziek was om te reageren in de relevante periode.
Hoewel het UWV een onjuist wetsartikel in het bestreden besluit had genoemd, herstelde de rechtbank dit motiveringsgebrek en vernietigde het besluit. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, waardoor de beëindiging van de uitkering gehandhaafd blijft.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.