Uitspraak
1.De procedure
- de akte van SVHH van 10 juli 2024 met producties;
- de antwoordakte van L&M van 27 augustus 2024 met één productie;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
SVHH PRODUCTS B.V. vordert betaling van LAMPEN & MEER B.V. wegens levering van bankstellen. SVHH stelt dat L&M de bestellingen heeft geplaatst en dat de banken zijn geleverd. L&M betwist dit en voert aan dat zij geen bestelling heeft geplaatst en dat de banken door een andere leverancier zijn geleverd.
Tijdens de procedure heeft SVHH diverse producties overgelegd, waaronder Whatsappberichten, foto’s van geleverde banken en vrachtbrieven. L&M betwist de authenticiteit van de Whatsappgesprekken en de vrachtbriefstempel, en stelt dat de bestelling niet door haar is geplaatst. SVHH kon niet aantonen dat de bestelling door een bevoegde vertegenwoordiger van L&M is geplaatst en dat L&M op enig moment akkoord is gegaan.
De kantonrechter overweegt dat SVHH, die de stellingen over de bestelling en levering moet bewijzen, niet is geslaagd in het leveren van voldoende bewijs. De vrachtbrieven zijn niet overtuigend en komen niet overeen met de afspraken in de Whatsappberichten. Bovendien is een verklaring van een andere leverancier overgelegd die de levering aan L&M bevestigt.
Daarom wijst de rechtbank de vordering van SVHH af en veroordeelt haar in de proceskosten van L&M. Het vonnis is gewezen door rechter Dijkman en op 5 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van SVHH wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van levering aan L&M.