ECLI:NL:RBZWB:2025:1367

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 maart 2025
Publicatiedatum
11 maart 2025
Zaaknummer
10860718 \ CV EXPL 24-2 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van den Boom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling schadevergoeding wegens gebrekkige uitvoering werkzaamheden na niet-betaling voorschot deskundige

De kantonrechter behandelde een civiele bodemzaak tussen een opdrachtnemer en opdrachtgever over gebreken in de uitgevoerde werkzaamheden. De opdrachtnemer weigerde zijn deel van het voorschot voor een deskundigenbericht te betalen, waardoor de rechter uitging van de juistheid van het verweer van de opdrachtgever dat sprake was van gebreken.

In een eerder tussenvonnis was al vastgesteld dat de opdrachtnemer aansprakelijk is voor de gebreken en dat de opdrachtgever hem gelegenheid tot herstel had geboden. Omdat de opdrachtnemer niet tot herstel was overgegaan, vorderde de opdrachtgever vervangende schadevergoeding, onderbouwd met offertes.

De kantonrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat alle posten in de offertes direct verband hielden met herstel en schatte de schade op €7.000. De opdrachtgever was gehouden de oorspronkelijke aanneemsom van €5.600 te betalen, zodat de opdrachtnemer het verschil van €1.400 aan de opdrachtgever moest betalen.

De opdrachtnemer werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag plus proceskosten van €50 en wettelijke rente over de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Opdrachtnemer wordt veroordeeld tot betaling van €1.400 schadevergoeding aan opdrachtgever wegens gebrekkige uitvoering en niet-betaling voorschot deskundige.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10860718 \ CV EXPL 24-2
Vonnis van 5 maart 2025
in de zaak van
[opdrachtnemer] , H.O.D.N. [bedrijf],
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [opdrachtnemer] ,
gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.,
tegen
[opdrachtgever],
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [opdrachtgever] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 januari 2025 met de daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie
2.1.
Zoals in het tussenvonnis van 15 januari 2025 opgemerkt, is namens [opdrachtnemer] per e-mail van 7 januari 2025 gemeld dat [opdrachtnemer] niet in staat is om zijn deel van het voorschot voor de deskundige te betalen. Per e-mail van 13 februari 2025 is namens [opdrachtnemer] opnieuw aangegeven dat hij niet in staat is om zijn deel van het voorschot te voldoen. Uit deze twee e-mails leidt de kantonrechter af dat [opdrachtnemer] niet tot betaling van zijn deel van het voorschot zal overgaan.
2.2.
De termijn voor het voldoen van het voorschot is verstreken. Omdat [opdrachtnemer] zijn deel van het voorschot niet heeft voldaan binnen de daarvoor gestelde termijn en niet heeft verzocht om verlenging van die termijn, zal de kantonrechter de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
2.3.
Het deskundigenbericht had betrekking op een feitelijke kwestie die partijen verdeeld houdt, namelijk de vraag of er wel of geen sprake is van gebreken in de door [opdrachtnemer] uitgevoerde werkzaamheden. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van het standpunt van [opdrachtgever] , oftewel dat sprake is van gebreken, temeer nu al in het tussenvonnis van 18 september 2024 was overwogen dat het voorshands aannemelijk is dat de uitgevoerde werkzaamheden (al dan niet deels) gebrekkig waren uitgevoerd.
2.4.
In voornoemd tussenvonnis was al vastgesteld dat [opdrachtnemer] aansprakelijk is voor gebreken in het werk. [opdrachtgever] heeft onweersproken gesteld dat zij [opdrachtnemer] gelegenheid heeft geboden tot herstel van de gestelde gebreken. Nu [opdrachtnemer] niet tot herstel is overgegaan, heeft [opdrachtgever] vervangende schadevergoeding gevorderd.
2.5.
[opdrachtgever] heeft ter onderbouwing van de door haar gevorderde vervangende schadevergoeding offertes overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak heeft de kantonrechter gemeld dat een eventueel te benoemen deskundige ook zou moeten beoordelen wat de omvang van de schade is die het gevolg is van de werkzaamheden van [opdrachtnemer] . Omdat niet vast is komen te staan of alle in de overgelegde offertes genoemde posten (direct) zien op herstel van de werkzaamheden van [opdrachtnemer] , ziet de kantonrechter aanleiding om de door [opdrachtgever] geleden schade te schatten. Daarvoor ziet hij temeer aanleiding nu redelijkerwijs van [opdrachtgever] niet kan worden verwacht het voorschot voor de deskundige alleen te dragen. De kantonrechter begroot de schade, alle omstandigheden van het geval in ogenschouw nemend, op een bedrag van € 7.000,00. [opdrachtnemer] is dit bedrag als schadevergoeding aan [opdrachtgever] verschuldigd.
2.6.
In het tussenvonnis van 18 september 2024 is onder 4.4 overwogen dat [opdrachtgever] in beginsel gehouden is om de oorspronkelijke aanneemsom van € 5.600,00 aan [opdrachtnemer] te betalen. De omstandigheid dat de kantonrechter ervan uitgaat dat sprake is van een gebrekkige uitvoering van de werkzaamheden, maakt dit niet anders.
2.7.
Per saldo dient [opdrachtnemer] nog een bedrag van € 1.400,00 (zijnde € 7.000,00 minus € 5.600,00) aan [opdrachtgever] te betalen. De kantonrechter zal [opdrachtnemer] daarom tot betaling van het bedrag van € 1.400,00 veroordelen.
2.8.
[opdrachtnemer] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [opdrachtgever] worden begroot op € 50,00 aan verletkosten. [opdrachtgever] heeft in reconventie aanspraak gemaakt op nakosten. Deze zijn echter niet toewijsbaar, nu zij in persoon en niet met een gemachtigde procedeert.
2.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie en in reconventie
3.1.
veroordeelt [opdrachtnemer] tot betaling aan [opdrachtgever] van € 1.400,00,
3.2.
veroordeelt [opdrachtnemer] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [opdrachtnemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [opdrachtnemer] tot betaling van de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2025.