De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 februari 2025 een beschikking gegeven tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1936, op verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Betrokkene verblijft sinds 19 februari 2025 in een zorgaccommodatie na een eerdere inbewaringstelling door de burgemeester van Goes. Er bestaat een vermoeden van dementie, gebaseerd op het geleidelijke beloop van klachten zoals verwarring, achterdocht en agressief gedrag, bevestigd door behandelaars en het dossier van de huisarts. Betrokkene weigert zorg, medicatie, eten en drinken, en is fysiek agressief geweest.
De rechtbank constateert dat betrokkene niet in staat was om gehoord te worden tijdens de mondelinge behandeling vanwege haar fysieke en mentale toestand. Gezien het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing, en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, is de voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt.
De machtiging wordt verlengd voor zes weken tot en met 7 april 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.