ECLI:NL:RBZWB:2025:1393
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen
Verzoekster heeft een beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit inzake de integrale beoordeling bij Dienst Toeslagen. Dit beroep is ingetrokken nadat Dienst Toeslagen op 6 juli 2023 alsnog een besluit heeft genomen. Verzoekster vordert daarop een proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren, die het verzoek afwijst met het argument dat het beroep pas na het besluit is ingediend en daarom niet ontvankelijk is. De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting.
Volgens artikel 6:12, tweede lid, Awb kan een beroep tegen niet tijdig beslissen alleen worden ingesteld als het bestuursorgaan in gebreke is en twee weken zijn verstreken na schriftelijke ingebrekestelling. Omdat het besluit van 6 juli 2023 is ontvangen vóór het indienen van het beroep op 26 april 2024, was er geen sprake van niet tijdig beslissen.
De rechtbank concludeert dat Dienst Toeslagen niet is tegemoetgekomen aan het beroep, omdat het besluit al was genomen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep tegen niet tijdig beslissen niet ontvankelijk was.