Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[account 1]. Tussen hen is gecommuniceerd over de ten laste gelegde brandstichting. Zo stuurde [account 2] aan
[account 1]het adres van aangever en zijn partner [aangever 1] (hierna: aangevers).
[account 1]heeft de ochtend na de brand een filmpje naar
[account 2]verstuurd dat is gemaakt voor het huis van aangevers. Voorts zijn er ook filmpjes van de brandstichting zelf gestuurd aan
.Daarnaast werd er na afloop door hen over de brand gesproken, waarbij
[account 2]zijn ongenoegen uitte over de beperkt aangerichte schade. Hierna schreef
[account 1]dat hij hiervoor terug zou gaan.
[account 1]hetzelfde
user IDgebruikte als het Snapchataccount
[account 3]. Dit
user IDis uniek voor een Snapchataccount. Het [account 3] kwam voor in een al eerder onder verdachte in beslag genomen telefoon. Die telefoon is onderzocht en hierin bevond zich een e-mailbericht van 5 oktober 2023 van Snapchat waarin stond dat de gebruiker van het [account 1] ervoor had gekozen om het account te verwijderen.
[account 1].
[account 2]een grote rol gespeeld in het geheel. Verdachte heeft met het gebruik van zijn Snapchataccount
[account 1]de opdracht voor de brandstichting aangenomen, is bij de brandstichting aanwezig geweest, heeft de brand gefilmd en zich bereid verklaard om het nog een keer (beter) over te doen. Verdachte heeft dan ook een onmisbare schakel gevormd in de keten die heeft geleid tot het strafbare feit en zonder hem had dit feit niet plaatsgevonden. Er is dan ook sprake van medeplegen.
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten bovenstaande woning en goederen in die woning en een naastgelegen woning en goederen in die naastgelegen woning, en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die aanwezig waren in bovenstaande woning te duchten was.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.De benadeelde partijen
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een gevangenisstraf van tweeënveertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
* Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met de aangevers, [aangever 2] en [aangever 1] , wonende te [adres 2] , in de onderhavige zaak en/of de medeverdachte, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf van 267 dagen;
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
12.Bijlage I
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk brand heeft gesticht door een brandbare stof over en/of tegen
een woning gelegen aan de [adres 2] te gieten/gooien, en/of
(vervolgens) open vuur in aanraking te brengen met die brandbare stof,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten bovenstaande woning en/of
goederen in die woning en/of een naastgelegen woning en/of goederen
in die naastgelegen woning, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander,
te weten één of meer perso(o)n(en) welke aanwezig waren in
bovenstaande woning en/of naastgelegen woning,
te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek
van Strafrecht )