ECLI:NL:RBZWB:2025:1445
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning Middelburg ongegrond verklaard
Belanghebbende is eigenaar van een appartement uit 1880 in Middelburg met een oppervlakte van 80 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van deze woning per 1 januari 2022 vast op €130.000 en legde gelijktijdig de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waardebepaling, stellende dat de waarde te hoog was vastgesteld vanwege onder meer een gedateerde keuken en badkamer en het duurzaamheidsniveau van de woning.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de onderliggende taxatiematrix van de heffingsambtenaar, die de vergelijkingsmethode hanteerde met referentiewoningen in de nabijheid, vergelijkbaar qua ligging, bouwjaar en oppervlakte. De heffingsambtenaar had een neerwaartse correctie van 27,5% toegepast vanwege beneden gemiddelde KOUDV-factoren en had meerdere malen geprobeerd aanvullende informatie van belanghebbende te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de verschillen tussen de woning en de referentiewoningen, waaronder het duurzaamheidsniveau. Het beroep van belanghebbende slaagde niet, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter J.P.A. Boersma op 12 maart 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €130.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.