Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
Ten aanzien van de feiten 3, 5, 6 en 9: samen met een ander (een) goed(eren) heeft gestolen.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
[benadeelde 1](feit 1),
€ 165,75te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2024 tot aan de dag der voldoening;
3 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[benadeelde 2] B.V.(feit 2),
€ 656,03te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 mei 2024 tot aan de dag der voldoening;
13 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[benadeelde 3](feit 3),
€ 1.049,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 18 mei 2024 tot aan de dag der voldoening;
20 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[benadeelde 2] B.V.(feit 4),
€ 200,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 mei 2024 tot aan de dag der voldoening;
4 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[benadeelde 4](feit 4),
€ 535,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 28 mei 2024 tot aan de dag der voldoening;
10 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;