ECLI:NL:RBZWB:2025:1457
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres werkte als administratief medewerkster en meldde zich in 2013 ziek. Het UWV kende haar een WIA-uitkering toe wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV is vastgesteld dat zij per 25 maart 2022 minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor haar uitkering werd beëindigd.
Eiseres betwistte dit besluit en voerde aan dat haar klachten grillig en onvoorspelbaar zijn, en dat het arbeidskundig onderzoek onvoldoende was. De rechtbank benoemde twee deskundigen, een orthopeed en een verzekeringsarts, die haar onderzochten en rapporten opstelden. De deskundigen concludeerden dat de beperkingen van eiseres medisch en arbeidskundig verantwoord zijn en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst een juiste inschatting geeft.
De rechtbank volgde de deskundigen en oordeelde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiseres arbeid kan verrichten binnen de beperkingen van de FML. De berekening van de arbeidsongeschiktheid van 25,65% is daarmee juist en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van haar WIA-uitkering blijft in stand.