ECLI:NL:RBZWB:2025:1481
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting gemeente Tilburg
Belanghebbende is eigenaar van een woning gebouwd in 2016, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg is vastgesteld op €683.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waardebepaling, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 26 februari 2025, waarbij belanghebbende niet is verschenen. De heffingsambtenaar heeft een taxatierapport overgelegd waarin de waarde is gebaseerd op de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen in de nabijheid en van vergelijkbaar bouwjaar. De rechtbank oordeelt dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar op adequate wijze rekening heeft gehouden met verschillen, zoals ligging en voorzieningen.
Belanghebbende stelde dat de ligging nadelig is vanwege een bushalte voor de woning, maar heeft geen objectief bewijs geleverd dat dit een waardevermindering rechtvaardigt. De rechtbank concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De WOZ-waarde en aanslag OZB blijven gehandhaafd. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €683.000 blijft gehandhaafd.