ECLI:NL:RBZWB:2025:1510
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift ongegrond verklaard tegen DNA-profielbepaling bij veroordeling kinderporno bezit
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA, stellende dat DNA-onderzoek bij kinderpornozaken niet van belang is en dat bijzondere omstandigheden ontbreken.
De rechtbank heeft het bezwaar op 18 februari 2025 behandeld, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was, maar zijn advocaat en de officier van justitie wel. De officier van justitie betoogde dat DNA-onderzoek juist een belangrijke rol speelt bij kinderpornozaken vanwege de mogelijkheid DNA-sporen op gegevensdragers te vinden en het recidivegevaar bij zedenzaken.
De rechtbank overwoog dat het misdrijf voldoet aan de vereisten voor DNA-afname en dat de Wet DNA is bedoeld om toekomstige strafbare feiten te voorkomen en op te sporen. De uitzonderingen op DNA-afname zijn strikt en zien op situaties waarin DNA-onderzoek geen bijdrage kan leveren of disproportioneel is, bijvoorbeeld bij minderjarigen of bij geringe kans op recidive.
Gezien de aard van het misdrijf en het ontbreken van bijzondere omstandigheden acht de rechtbank het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van belang voor opsporing en vervolging. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.