Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het nadere procesverloop
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De moeder is zwanger en kampt met ernstige psychiatrische problematiek die haar vermogen om voor het kind te zorgen in gevaar brengt. De vader erkent het kind, maar samen tonen zij onvoldoende inzicht in de verzorging en opvoeding. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt om een voorlopige ondertoezichtstelling van het ongeboren kind om de situatie te monitoren en hulpverlening te coördineren.
Tijdens de mondelinge behandeling bevestigen de ouders hun bereidheid tot samenwerking, maar uit eerdere ervaringen blijkt dat afspraken niet altijd worden nagekomen en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende effectief is. De gecertificeerde instelling zal de ouders begeleiden bij de verzorging en het opstellen van een plan van aanpak, met bijzondere aandacht voor de psychische toestand van de moeder en de rol van de oma.
De kinderrechter acht het belang van het kind zodanig dat het als geboren moet worden aangemerkt en wijst het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling toe voor de periode van 13 maart tot 27 mei 2025. De maatregel is uitvoerbaar bij voorraad en heeft tot doel de veiligheid en ontwikkeling van het kind te waarborgen.
Uitkomst: Het ongeboren kind wordt voorlopig onder toezicht gesteld van 13 maart 2025 tot 27 mei 2025 vanwege ernstige zorgen over de zorg en het welzijn.