Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam 1], behandelcoördinator/SPV;
- de moeder van betrokkene.
- [naam 2], sociaal werker;
- [naam 3], sociaal werker.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds drie weken in een ggz-accommodatie onder een crisismaatregel genomen door de burgemeester van Breda. De officier van justitie verzoekt voortzetting van deze maatregel vanwege ernstig psychisch nadeel en gevaar voor betrokkene en anderen.
Tijdens de mondelinge behandeling, waar betrokkene, zijn advocaat, behandelcoördinator, sociaal werkers en moeder aanwezig waren, is gebleken dat betrokkene een combinatie van psychische stoornissen heeft, waaronder een autismestoornis, en dat hij momenten kent van ernstige spanningen die leiden tot agressie en onbenaderbaarheid. Dit brengt acuut gevaar met zich mee, waarvoor verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank stelt vast dat het ernstig nadeel direct dreigend is en veroorzaakt wordt door de psychische stoornissen. De gevraagde zorgvormen worden grotendeels toegewezen, met uitzondering van enkele zorgvormen die niet strikt noodzakelijk zijn. De machtiging wordt verleend voor drie weken tot 13 maart 2025. Betrokkene is bereid de opname voort te zetten, maar verplichte zorg blijft nodig bij escalaties.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met noodzakelijke verplichte zorgvormen toegekend.