Uitspraak
1.Procesverloop
2.Vervolg
- de heer [naam 1], psychiater;
- mevrouw [naam 2], casemanager;
- de advocaat van betrokkene via een telefonische verbinding.
[datum] 2025 om [uur] op de locatie van GGZ WNB aan [adres] te [woonplaats].
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 20 februari 2025 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
Tijdens de eerste mondelinge behandeling op 13 februari 2025 was betrokkene afwezig wegens een geplande vakantie, maar de advocaat gaf aan dat betrokkene wenste te worden gehoord. De rechtbank besloot daarop de behandeling aan te houden en een nieuwe mondelinge behandeling te plannen op 20 februari 2025.
Op 20 februari 2025 was betrokkene wederom niet aanwezig en was het niet gelukt contact met hem te krijgen. De advocaat kon geen standpunt innemen namens betrokkene vanwege het ontbreken van contact. De rechtbank overwoog dat de rechter de betrokkene moet horen tenzij deze niet in staat of bereid is zich te doen horen. Gezien de onzekerheid of betrokkene op de hoogte was van de zitting en zijn afwezigheid besloot de rechtbank de beslissing aan te houden en de mondelinge behandeling voort te zetten op een later te bepalen datum.
De rechtbank benadrukte haar onderzoeksplicht en het belang dat betrokkene de mogelijkheid krijgt zich uit te spreken alvorens een zorgmachtiging wordt verleend. Het proces-verbaal van deze zitting geldt tevens als oproeping voor de voortzetting van de mondelinge behandeling.
Uitkomst: De rechtbank heeft het verzoek tot zorgmachtiging aangehouden wegens afwezigheid en onduidelijkheid over de bereidheid van betrokkene om gehoord te worden.