Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [naam], sociaal psychiatrisch verpleegkundige FACT.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 20 februari 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1966. Betrokkene lijdt aan een psychische stoornis binnen het schizofreniespectrum, met een geleidelijke verbetering van haar toestand onder medicatie, maar zonder stabiel evenwicht en met onvoldoende ziekte-inzicht.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige gaf aan dat de medicatie dosering wordt verminderd, maar dat verplichte zorg noodzakelijk blijft om het verdere verloop te monitoren en terugval te voorkomen. Betrokkene ervaart positieve effecten van medicatie en is bereid deze vrijwillig te gebruiken, maar ontkent een psychisch ziektebeeld, waardoor vrijwillige zorg onvoldoende is.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van ernstig nadeel en risico’s zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is nodig, met name het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid van betrokkene, waaronder verplicht contact met het ambulant behandelteam. Andere gevraagde zorgvormen werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
De zorgmachtiging wordt verleend voor een periode van negen maanden, gelet op de geleidelijke verbetering, en geldt tot 20 november 2025. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Benjaddi. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte medicatie en beperkingen in vrijheid voor negen maanden.