ECLI:NL:RBZWB:2025:1665
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag BPM Ford Mustang met toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €6.157 op een Ford Mustang Fastback 5.0 GT. De inspecteur handhaafde de aanslag na een hertaxatie die een hogere handelsinkoopwaarde en lagere waardevermindering wegens schade vaststelde dan belanghebbende had opgegeven.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de handelsinkoopwaarde lager is dan door de inspecteur gesteld, mede vanwege het hogere vermogen van de auto ten opzichte van vergelijkbare voertuigen in de koerslijst. Ook is niet gebleken dat de waardevermindering wegens schade hoger is dan de door de inspecteur gehanteerde 72%.
Verder is geen reden voor waardevermindering wegens het ontbreken van een oordeel over de kilometerstand. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Wel wordt belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer elf maanden, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en een deel voor de Staat komt.
Daarnaast worden proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding toegekend, maar het griffierecht wordt niet vergoed omdat het verzoek is ingediend vóór het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.