ECLI:NL:RBZWB:2025:1666
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslagen BPM voor twee BMW voertuigen met geschil over CO2-uitstoot en handelsinkoopwaarde
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen twee naheffingsaanslagen BPM opgelegd door de inspecteur, waarbij discussie bestaat over de juiste CO2-uitstoot en handelsinkoopwaarde van twee BMW voertuigen.
Voor de eerste zaak is vastgesteld dat de CO2-uitstoot hoger is dan door belanghebbende opgegeven, wat leidt tot een hogere BPM-schuld. Belanghebbende erkent deze hogere uitstoot, maar betwist de handelsinkoopwaarde, die volgens hem lager moet zijn vanwege de hogere BPM. De rechtbank volgt dit niet en bevestigt de door de inspecteur gehanteerde handelsinkoopwaarde op basis van wettelijke koerslijsten.
In de tweede zaak is eveneens de CO2-uitstoot door de inspecteur vastgesteld op basis van RDW-gegevens en bevestigd door de rechtbank. Belanghebbende betwist de gehanteerde handelsinkoopwaarde en schadevaststelling, maar slaagt er niet in dit voldoende te onderbouwen. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht is uitgegaan van de hogere CO2-uitstoot en de door hem gehanteerde handelsinkoopwaarde en schadebedragen.
De beroepen worden ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen BPM worden ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd.