Uitspraak
.Zij heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en op 30 januari 2025 een gesprek gehad met de (kinder)rechter. De (kinder)rechter heeft tijdens de mondelinge behandeling op 4 februari 2025 kort samengevat naar voren gebracht wat de minderjarige heeft verteld.
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De beoordeling
- Tussen de man en de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geldt een zorgregeling waarbij de minderjarigen een weekend in de 14 dagen bij de man verblijven. De man en [minderjarige 1] hebben contact met elkaar in ieder geval één zondag in de maand van 17:00 uur tot 20:00 uur. De man haalt [minderjarige 2] en [minderjarige 3] het ene weekend op vrijdag om 17:00 uur op bij de vrouw en brengt hen op zondag om 19:00 uur weer terug. Het andere weekend haalt de man [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wederom op vrijdag om 17:00 uur op, maar brengt hen dan op zondag om 17:00 uur terug naar de vrouw, waarna de man [minderjarige 1] ophaalt om invulling te gaan geven aan hun contactmoment. De man brengt [minderjarige 1] vervolgens diezelfde zondag om 20:00 uur weer terug bij de vrouw.
- Partijen regelen jaarlijks in onderling overleg uiterlijk op 1 februari de verdeling van de vakanties. Dit jaar zullen de vakanties uiterlijk op 10 februari 2025 in onderling overleg worden verdeeld.
5.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.